zondag 24 november 2013

Veganistisch bewaarwafels

Een lekker tussendoortje is welkom als het koud is! 

Ik heb nog niet veel recepten voor veganistische wafels gevonden die ik echt lekker vond, maar onderstaand receptje is wel ok!  Vaak worden de eieren vervangen door banaan, maar dat beïnvloedt de smaak natuurlijk...  In dit recept gebruik ik lijnzaad als eivervanger.  Lijnzaad heeft de eigenschap dat het een beetje "slijmerig" wordt, zoals een ei, wanneer je er water aan toevoegt. 

Het voordeel van deze wafels is dat ze lang bewaren, als je ze bv in een grote blikken doos doet. 

Opgelet: dit worden erg harde wafels!  Een beetje als biscotti, of een soort harde vitabis. 

Recept: veganistische wafels
Nodig:
-40 gr lijnzaad
-275 ml water
-500 g bloem (ik gebruikte witte, maar je kan ook bv spelt nemen)
-300 gr suiker
-1 zakje vanillesuiker of vanille-extract (1 a 2 tl)
-1/4e tl kurkumapoeder (dit is optioneel: enkel bedoeld om de wafels een mooier kleurtje te doen krijgen!)
-1 el maïsbloem
-1/2 tl bakpoeder
-175 gr kokosvet (ik gebruik dit omdat het een gezonder vet is.  Een aangename bijkomstigheid vind ik dat je kokosvet als veilige en milieuvriendelijke huidcreme kan gebruiken: telkens ik aan de wafelenbak ga, doe ik ook een beetje kokosvet op mijn huid!)
-vermaalmachientje of vijzel en stamper voor het lijnzaad
-mixer
-klein pannetje
-wafelijzer
-grote kom om de wafels in te doen
-blikken doos om ze in te bewaren


Hoe maak je het?

1.Vermaal het lijnzaad en vermeng het daarna met het water - je mixt het best even.
2.Vermeng de droge ingrediënten: bloem, suiker, vanille, bakpoeder, maïsbloem. en kurkuma.
3.Smelt het kokosvet in een klein pannetje.  Dit gaat erg snel, let er op dat het vet niet kookt. 
4.Vermeng nu de droge mix met de kokosolie en de lijnzaadmix.  Gebruik desnoods je handen.
5.Ik gebruik een dikke eetlepel beslag per wafelijzerdeel.  Je zal merken dat je het deeg een beetje moet uitspreiden op het ijzer. 
6.Laat de wafels afkoelen in een kom, en bewaar ze in een blikken doos. 
7.Smakelijk!

donderdag 21 november 2013

Bloglovin

Mijn blog de zelfvoorzieningsbijbel staat nu ook op bloglovin! Hopelijk, tenminste, als ik het juist gedaan heb!
<a href="http://www.bloglovin.com/blog/7871555/?claim=93m5pfckvwe">Follow my blog with Bloglovin</a>

zondag 17 november 2013

Hoe weet je of je bijen nog leven in de winter?

Nu het kouder aan het worden is, valt het leven rond de bijenkast ogenschijnlijk stil.  Waar er tevoren zoveel activiteit was, is er nu geen beweging meer...
Wanneer ik door het raampje van mijn top-bar-hive kast kijk, zie ik veel raten, gevuld met honing, maar geen enkele bij.  De werksters zitten in het bovenste deel van de kast rond de koningin samengetroept, waar ik hen niet kan zien. 
Het eerste jaar dat ik hier bijen hield, is het volk vermoedelijk al in oktober gestorven.  Er was hoogstwaarschijnlijk - na inspectie in de kast - een probleem met de koningin.  In ieder geval was ik onervaren in het bijen houden (ben ik nog steeds, hoor) en werd ik er helemaal overstuur van dat ik met geen mogelijkheid kon zien of ze nu nog leefden of niet. 
Vorige winter heeft mijn tweede volk het wel overleefd.  Dit volk was beter ingewinterd, met voldoende eigen voer, de bijenkast was beter geïsoleerd.  Af en toe ging ik kijken en luisteren: hoorde ik hen zoemen? 
Misschien heb ik een ongeoefend oor, maar ik hoor helemaal niks als ik mijn hoofd tegen de kast leg. 

Hoe kan je in de winter weten of je bijen nog leven?

-wanneer je regelmatig eens een kijkje bij de kast gaat nemen, zal je bij een levend volk kleine veranderingen merken.  Af en toe liggen er dode bijen op of rond de vliegplank.  Dit is geen slecht teken: het is normaal dat er af en toe bijen dood gaan, en in dit geval betekent het dat ze soms nog uitvliegen.  Zelfs toen het gesneeuwd had zag ik bijtjes rond de vliegplank liggen.  Overigens: als het gesneeuwd heeft en de zon schijnt, zet je best een plankje voor het vlieggat.  Als je dat niet doet zien de bijen in de kast de weerkaatsende zon, en dan denken ze: het is mooi weer, we kunnen naar buiten!  Als een bij echter in temperaturen onder de zes graden verzeild geraakt, gaat ze in coma.

-als je 's morgens condensatie op het raampje in de kast ziet, is dat een goed teken: er is een verschil in warmte en koude, de bijen leven.  Ik probeer echter om in de winter zo weinig mogelijk door het raampje te kijken.  Je verstoort daar immers de voor de bijen zo levensbelangrijke binnentemperatuur mee...

-het makkelijkste middel om te zien of je volk in leven is, is de bodemplank.  Deze plank kan je uitschuiven, en ze biedt heel wat informatie over wat er in de kast gaande is.  Leven de bijen, dan zal je zien dat ze honing eten: ze knagen de wasdekseltjes van de raten open, en die wasrestjes (mul genaamd) vallen op de plank.  Als het goed is kan je zo de "reis" van de bijen van raat naar raat volgen: de mul zal in rechte lijnen vallen.
Verder kunnen ook gevallen varroa mijten je iets vertellen: enerzijds dat je bijen nog leven (anders waren er geen mijten), anderzijds dat je bijen niet gezond zijn (ze hebben varroa).  Ik behandel mijn volk niet, en tot nu toe heb ik weinig misvormde bijen en weinig mijten gezien.
De bodemplank is bij mij geen optie.  Dit jaar hebben de bijen zo ijverig gebouwd, dat ze de bodemplank vastgezet hebben met raat.
Maar mocht je dus wel een bodemplank hebben: gewoon een wit blad papier over de hele kastruimte eronder schuiven.  Na twee dagen het vel papier bekijken.  Er moet iets op liggen, anders zijn ze eraan.  Via het vel papier hoef je de plank niet uit te  trekken, en is er dus ook geen temperatuursverlies.

-sommige mensen kloppen een keer stevig op de kast.  Als de bijen leven, zal je een luide zoem horen.  Dit is echter niet aan te raden, omdat het de bijen onnodige stress bezorgt.  Er zijn namelijk slimme vogels die in de winter aan hun vitamientjes komen door herhaaldelijk met hun snavel op de kast te tikken.  Net zo lang tot er een woedende bij te voorschijn komt: hap.  Niet doen dus!

-geduld hebben!

Om het samen te vatten: ga regelmatig eens kijken bij de kast.  Als je onzeker bent, een blad papier gebruiken.  En verder, wachten op de lente...  

zondag 10 november 2013

Een permacultuurtuin opstarten

Drie jaar geleden ben ik rond deze tijd, dus in de herfst, begonnen met mijn permacultuurtuin.
In de tuin die er was stond bijna niets wat ik kon gebruiken.  De 19 are die we gekocht hadden waren overgroeid met metershoge netels, kamille, zuring en bereklauw.
Ik vind het altijd leuk om aan die periode terug te denken.  De tuin vandaag ziet er immers helemaal anders uit. Enkele foto's:


Er staan nu fruitbomen, heesters en struiken, er zijn groentebedden met - ook nu nog - volop eetbare groenten, er groeien  overal vaak eetbare bloemen en er is veel leven in de tuin.  Elk jaar zien we meer vogels en meer vlinders, meer soorten insecten.
Een permacultuurtuin betekent absoluut niet dat je een luie tuinier kan zijn.  De tuin zal er "wilder" uitzien dan een traditionele strakke groentetuin, maar dat is eerder omdat je een natuurlijke biotoop wil creëren met veel bloemen, dan dat je weigert onkruid te wieden.
Op termijn moet een permacultuurtuin een soort van zelfregulerend systeem worden, waarin er daadwerkelijk minder werk is.  Maar alle permacultuurders die ik ken zeggen na jaren dat ze nog steeds niet zo ver zijn.  Er is één man die ik ken in wiens permacultuurtuin tachtig procent van wat er spontaan uit de grond komt eetbaar en gewenst is - maar dat is dus pas na heel veel werk.

Hoe begin je nu aan zo'n permacultuurtuin?
Ik zal hieronder alle stappen bespreken die ik doorlopen heb.  Je kan deze zowel op een kleine als op een grote tuin toepassen.  Mocht je geen tuin hebben, dan kan je altijd beginnen met tuinieren in potten op de vensterbank en het balkon, of in de veranda.  Het is altijd nuttig, want je leert ervan en doet ervaring op, en tegelijk levert het je groenten en fruit op!

Stap 1
Maak een plan van de hele tuin, en duid alle planten die er staan, evenals alle bomen en struiken aan.  Noteer ook het onkruid dat je ziet, want alle planten vertellen iets over de grond waar ze op staan.  Zuring betekent bijvoorbeeld dichtgeslagen grond, brandnetel duidt op stikstof, bereklauw duidt op rijke grond.
Stap 2
Je hebt nu een lijst van alle planten die zich reeds in je tuin bevinden.  Nu moet je beslissen welke planten, bomen of struiken je wil behouden, en welke je weg wilt.  De planten die je wilt houden hoeven niet op dezelfde plaats te blijven staan - je kan ze uiteraard verplanten.  Verwijder de weg te halen planten, of maai ze (zie stap 4).
Stap 3
Maak nu een plan van hoe je zou willen dat je tuin eruit zag, met alle planten, bomen en struiken die je wil, met groentebedden, paden, vijvers, composthoop, kippenren, bijenstal, ...Go wild!
Stap 4
Als je huidige tuin (zoals de mijne drie jaar terug) een wildernis is, dan maai je die wildernis plat.  Elektronisch of met de zeis.  Het gemaaide laat je gewoon liggen.  Het zal verteren en een goede voedingsbodem vormen.  Idealiter begin je er nu - in de herfst - aan.  Op die manier is het karton (zie volgende stap) verteerd na de winter.   
Stap 5
Je gaat nu de gehele oppervlakte met karton bedekken.  Je zou de ruimte waar de paden moeten komen kunnen vrijlaten en bijvoorbeeld uitgraven.  Ik koos voor het makkelijkste en bedekte ook de paden met karton, en later met compost en daarbovenop hakselhout.  Ik had voor mijn tuin een gigantische hoeveelheid karton nodig.  Gelukkig zijn heel wat winkels bereid om je hun kartonnen dozen met plezier mee te geven.  Fietsenwinkels hebben heel grote stukken karton, handig als het een grote oppervlakte is die je moet bedekken.
Op sommige stukken karton zit plakband: die moet je er af halen.  Ik legde mijn karton in stukjes en beetjes, want ik moest het telkens tussendoor bij verschillende winkels gaan halen - het was veel werk.  Ik zorgde ervoor dat het karton niet kon gaan vliegen door er een aantal stenen op te leggen.
Stap 6
De volgende stap is compost laten leveren (tenzij je zelf genoeg compost hebt).  Ecowerf levert erg goedkope compost - je moet natuurlijk wel leveringskosten betalen en er rekening mee houden dat de compost ergens moet kunnen uitgekapt worden.  Compost is goud waard in je tuin.  Ik tuinier op leemgrond, en toch ben ik erg blij dat ik alsnog compost heb aangevoerd.  Het heeft mijn grond minder zwaar gemaakt.
Met de schup en de kruiwagen leg je een goeie dikke laag over het karton heen.
Stap 7
Vervolgens kan je je bedden beginnen opbouwen, evenals je paden.  Ik trok de grens tussen pad en bed met grote klinkerstenen die hier nog van de vorige eigenaar lagen.  Als er geen stenen voorhanden zijn kan je ook bv gezaagde boomstammetjes gebruiken, of gevlochten wilgentenen.  De paden bestrooide ik met hakselhout.  Dit was bij ons voorradig omdat we een aantal zieke dennen hadden gekapt en gehakseld.  Ecowerf levert eveneens hakselhout!
Stap 8
Normaalgezien ben je hier heel de herfst en misschien ook een deel van de winter mee bezig geweest.  Dan is het nu tijd om in je zetel zaden te gaan zitten bestellen.  Als je een hele tuin moet opvullen, dan is het best om ook met vrienden te ruilen, of om naar plantenruilmarktjes te gaan.  Fruitbomen en struiken kunnen nog in de herfst geplant worden. 
Stap 9
In het voorjaar kan je dan beginnen zaaien, poten, planten en stekken.  In mijn grote tuin heb ik enorm veel stekjes genomen van salie, lavendel, hyssop en bonekruid en citroenkruid.  Allemaal makkelijke planten die meteen de lege plaatsen kunnen opvullen.  Een bloemenwei zorgt meteen voor kleur en voor leuke bezoekers: insecten, vlinders, vogels.
Stap 10
Na drie jaar intensief wieden, zaaien, stekken, verplanten, plantjes verzamelen op ruilmarkten en bij vrienden enzovoort begin ik te merken hoe de tuin begint te "draaien".  Er zijn prachtige bloemen overal, die zich makkelijk uitzaaien.  Met het teveel aan opgekomen plantjes vul ik leemtes op.  Wilde planten komen zich spontaan vestigen in de tuin - niet enkel brandnetel!
Elk jaar wordt de tuin mooier, levender en wilder.  Elk jaar komen er meer soorten beestjes bij.  Het is een fijn stukje natuur aan het worden, waar ik eten uit haal en waar ik van geniet. 

zondag 3 november 2013

Broodbeleg van de maand: Kweepeer Confituur met kruiden en rozenwater

Ik kreeg een hele zak kweeperen van een vriend!
Een confituur met extra smaak leek me wel wat, dus heb ik er allerlei specerijen aan toegevoegd.  Ik heb me gebaseerd op een recept uit het "Inmaken en bewaren" boek van Wil en Netty Engels-Geurts - wat mij betreft een heel waardevol inmaakboek, dat helaas niet meer gedrukt wordt. 

Kweeperen Confituur met Specerijen en Rozenwater

Nodig: 
-1.3 kg kweeperen
-700 g suiker (maar minder gaat ook, denk ik)
-een paar kruidnagels
-een paar kardemompeulen
-een stokje kaneel
-een snuf nootmuskaat
-anderhalve centimeter verse gember of een eetlepel gedroogd poeder
-2 tl rozenwater (optioneel)
-grote confituurpot
-neteldoek
-750 ml water
-confituurpotjes

Hoe maak je het?
1.Was de kweeperen om het dons eraf te krijgen.
2.Zet de kweeperen met 750 ml water op het vuur.  Zet na 5 minuten het vuur uit.  De peren zouden nu iets minder hard moeten zijn. 
3.Schil de kweeperen en snij ze in kleine stukjes.  Hou de schillen en de klokhuizen bij: leg ze in een neteldoek.
4.Doe de kweepeerstukjes, de neteldoek met de schillen en de specerijen in de pot, in het water dat je reeds gebruikte om de peren kort op te warmen. 
5.Kook de kweeën tot ze gaar zijn - dit kan lang duren (reken minimum een uur): roer af en toe.
6.Haal de neteldoek er uit.  Je kan ook de specerijen in een neteldoek doen en eruit halen, maar ik vind het fijn om de kruiden in de confituur te laten: meer smaak.
7.Voeg de 2 tl rozenwater toe.  Gedroogde rozenblaadjes gaan ook, of rozenblaadjessuiker!
8.Voeg de suiker toe en kook in tot confituur. 
9.Steriliseer confituurpotjes met kokend water en vul ze tot de rand met hete kweeconfituur.