donderdag 27 december 2012

Zelf Afwasmiddel Maken

Ik zoek al lang naar een afwasmiddel dat effectief en tegelijk goedkoop en milieuvriendelijk is. 
Ik experimenteerde met zeepvlokken die ik vloeibaarder maakte met plantaardige glycerine, met borax, zout, citroensap en azijn, maar telkens bleef het resultaat nogal lauw.  Het afwaswater schuimde niet, de afwas zelf voelde nog vet aan, mijn handen deden pijn van de zeep.
Ik heb heel gevoelige handen, en dus koos ik uiteindelijk maar voor het zachte handen afwasmiddel van Ecover als tussenoplossing. 
Toen ik afgelopen week bij de moemoe van mijn vriend eens polste hoe ze dat vroeger deed, de afwas, werd ik opnieuw geprikkeld in mijn zoektocht naar een eenvoudiger afwasmiddel. 
De moemoe is een plezierige dame die graag over vroeger vertelt, en wiens huis zo proper is dat je er van de  vloer kan eten.  Ettelijke bussen javel en dreft staan altijd klaar in haar voorraadkast: ze is meegegaan met haar tijd en heeft voor de vooruitgang en de aanzienlijk sterkere "kuismiddelen" van vandaag gekozen.
Maar wat ze vertelde, maakte mij nieuwsgierig: vroeger werd de afwas in een teil gedaan, met een vod in plaats van met een spons, en het enige wasmiddel was...  soda.

Soda is een milieuvriendelijk middel.   Een andere naam voor soda is natriumbicarbonaat, en het wordt tegenwoordig gebruikt als vervangmiddel door potas.  Potas kan je zelf maken uit houtas, maar het is nogal bewerkelijk en niet zonder gevaar.  Vandaag wordt soda uit natriumchloride (zout) vervaardigd via een chemisch procede.  De grootste producent van sodakristallen bevindt zich in België, een vrij lokaal product dus.
Bovendien is soda goedkoop, heel goed ontvettend, en ontzettend zacht voor de handen.  Je mag het alleen NIET met alluminium gebruiken - dat geeft een nare reactie.  Als je dus veel alu-kookpotten en pannen hebt in je keuken, is dit afwasmiddel niet geschikt voor jou.

Hoe ik mijn nieuwe afwas gedaan heb:

1.Ik nam een emailen teil, maar je zou ook een plastieken teiltje kunnen nemen of een zinken.
2.Ik mengde 1 liter kokend water met net geen 2 liter koud water en 1 el sodakorrels.
3.Ik dompelde de afgewassen zaken nog even onder in een andere teil met koud water plus een beetje natuurazijn, om de sodaresten en eventuele laatste vetresten eraf te spoelen.

Op het internet circuleren allerlei afwasmiddelrecepten met soda en andere ingrediënten, zoals zout en citroenzuur, en etherische olie.  Ik probeerde er eentje uit met citroenzuur voor het bruiseffect (soda reageert op zuren: er komen dan bubbels vrij, denk aan bruisbadballen) en dat werkte ook wel, maar in feite geef ik de voorkeur aan 1 ingrediënt, puur sec: soda. 
De afwas schuimt niet meer, maar is krachtig ontvet.  En mijn handen doen niet meer pijn! 
Leve de eenvoud. 

donderdag 6 december 2012

kerst in een meer zelfvoorzienende richting

Kerstmis, het feest van peis en vree...  Allerminst mijn favoriete feest.  Lieve familieleden, mochten jullie toevallig dit stukje lezen, weet dan dat ik jullie allemaal graag zie, dat ik heel dankbaar ben dat ik jullie heb, en dat ik heel graag kerstmis met jullie samen vier.
Maar die cadeau-traditie...  Daar krijg ik buikpijn van.  Ik hoef geen cadeaus, ik heb al alles wat mijn hart begeert - en daar ben ik heel dankbaar om.  Het geven van geschenkjes met kerst wringt echt bij mij - het lijkt in te druisen tegen alles waar ik voor sta.  Laat ik even opsommen waar ik me precies aan stoor.

Ten eerste zijn kerstcadeaus geweldig overbodig!  In ons deel van de wereld heeft iedereen al alles.  De cadeaus die je met kerst krijgt of geeft zijn vaak een beetje belachelijk: omdat iedereen al onderleggers heeft, bv, geven we dan maar design onderleggers, in alle maten en met een trendy kleurtje.  De overdaad wordt zo vaak absurd: aardbei ontkroners, anyone?
Een groot deel van de gekregen "hebbedingetjes" belandt vaak op zolder, of erger, in de vuilbak.  Verlanglijstjes zouden dit probleem ten dele kunnen oplossen: je bent dan zeker dat je iets geeft/krijgt dat nuttig is.  Maar het geven van kadootjes met kerst IS al zo gedwongen en gekunsteld - een lijstje zorgt ervoor dat er helemaal niks meer spontaan aan is.

Ik vind het geven van kadootjes met kerst commercieel en ergens ook plat, bijna vulgair.  Het is zo primitief: jij geeft mij iets - een ding, iets materieels - en ik geef jou iets in ruil, en die zielloze dingen zouden dan moeten betekenen dat we elkaar graag zien.  Kunnen we niet gezellig samenzijn en van elkaar houden zonder dat we elkaar daarom dingen moeten geven om dat te bewijzen?
Het commerciële van kerst is overduidelijk.  Elke winkel weet: dit zijn de topmaanden van het jaar, omdat iedereen zich verplicht voelt iets te geven.  Dankzij de drie wijzen uit het kerstverhaal zitten we aan dat vervelende moeten vast: zij startten de hele traditie door goud, mirre en wierook mee te brengen voor Jezus.  Wat zou Jezus echter zeggen, mocht hij de kerstgekte van vandaag kunnen aanschouwen? 
Wat zou Jezus doen, vragen veel gelovigen zich af in moeilijke situaties.  De film "what would Jezus buy" toont aan wat de commerce van het religieuze feest gemaakt heeft.  Onze grootouders kregen geen kerstcadeaus, en zij hadden het minder breed dan wij.  Hebben wij, temidden van al onze overdaad, dan wel geschenken nodig voor een geslaagd kerstfeest?

Ten derde genereert het geven van kerstgeschenken een enorme vervuiling.  De prachtigste papiersoorten dienen enkel om stuk te scheuren en daarna weg te gooien.  Omdat iedereen alles al heeft zijn veel van de geschenken die we krijgen ongewenst of onnodig - en eindigen ze op zolder, of op het stort.  Met weemoed denk ik terug aan de hartverwarmend ouderwetse verhaaltjes die ik als kind las, over kinderen wiens ogen groot werden bij het zien van hun kerstcadeau: een warme sjaal - precies wat ze nodig hadden.  Ze straalden, met dat nuttige cadeau.  Niet alle cadeaus hoeven per se oernuttig te zijn, maar moet het echt zo vervuilend?
Ook ik heb er - noodgedwongen - dit jaar weer aan meegedaan.  Meestal leg ik door het jaar heen een "Kadodoos" aan, met alle interessante en leuke dingetjes die ik tegenkom op rommelmarkten en in kringwinkels.  Door tijdsgebrek, inspiratiegebrek en budgetbeperking belandde ik dit keer echter in een goedkope speelgoedwinkel.  Het aanbod was enorm en overdonderend.  Ik kwam thuis met een stapel mooi ogende cadeaus, vol glitters en foto's van breed lachende, blije kinderen.  Bij nadere inspectie echter bleek alle speelgoed "made in China" te zijn.
Voor kinderen kadootjes zoeken is aangenamer dan voor volwassenen.  Maar op deze manier wordt het minder leuk.  De mooie kleurtjes van het speelgoed verbergen de lelijke verborgen kosten: stinkende fabrieken waar chinese arbeiders zich aan de lopende band wanhopig afvragen of ze dit werk werkelijk hun hele leven moeten volhouden, transportkosten, massa's plastiek, en de verbrandingsoven waarin het speelgoed, mits niet naar de kringloopwinkel gebracht, zal belanden.

Tenslotte hou ik niet van het emotionele aspect waaraan kerstcadeaus gelinkt worden.  Door een
materieel iets te geven en te ontvangen bewijs je zogezegd dat je van de ander houdt en dat je hem/haar waardeert. Mocht je, bv om bovengenoemde redenen, willen afstappen van de hele geef-krijg traditie, dan word je vaak beschouwd als een soort verrader, een harteloze, een spelbreker, een ondankbare, een sfeerverpester, en ook nog eens als een vrek.  Ik wil de lieve (kerst)vrede behouden, en dus vind ik het verschrikkelijk moeilijk om voor te stellen om die cadeautjes achterwege te laten.  Toch wil ik het proberen...
Wat zou een kadoloze kerst kunnen inhouden?  Hoe kunnen we kerstmis beter maken?  Hoe ziet de ideale zelfvoorzieners kerst eruit?

Enkele ideeën:

-Als er al kadootjes uitgewisseld worden, dan zijn ze bij voorkeur zelfgemaakt, nuttig, eetbaar, drinkbaar, plantbaar, niet vervuilend, gerecycleerd, ethisch verantwoord, en duurzaam.  Voorbeelden zouden kunnen zijn: zelfgemaakte confituren, siropen, koekjes, cake, soep, likeur, kruidentheepakketjes, groentenzaadjes, bloemenweimengsels, zelfgemaakte mutsen, sokken, een gedicht of lied, een tekening, een verhaal, plantjes, ...
Belangrijk bij creatieve cadeaus is wel dat iedereen, ook de kinderen, iets zelfgemaakts geeft. Een confituur van eigen maak staat raar bij een marmelade uit een delicatessezaak, misschien.

-Geschenken worden ingepakt in krantenpapier dat eventueel kan worden versierd met behulp van sjablonen en verf.

-In plaats van cadeaus zou elk familielid in een daartoe bestemde pot een bedrag kunnen droppen.  Tijdens het kerstfeest zelf wordt besproken welk leuk uitstapje voor de hele familie samen daarmee gefinancierd kan worden.  De traditie zou kunnen worden dat ieder zijn best doet om zijn/ haar uitstapvoorstel zo kleurrijk mogelijk te promoten. 

-We geven samen een bedrag aan een goed doel, dat we elke kerst opvolgen.

-We geven iets immaterieels: hulp bij bepaalde klussen, een etentje, een wandeling, een piknik,...

-Vaak hoort het geven van kadootjes al lang tot de familietraditie: als wordt afgesproken dat de cadeauronde wegvalt, komt er best een andere traditie in de plaats.  De familie zou bv een gezelschapsspel kunnen spelen, of een rondje kaarten, of een winterwandeling, een samenzang van kerstliederen, een toneeltje door de kinderen, ...

Ik wens iedereen een vredevolle en duurzame kerst  toe, met heel veel familiewarmte en gezelligheid!  Alle tips voor een kerst zonder kadootjes zijn meer dan welkom! 

Ps met dan aan de Low Impact Man hier nog meer tips voor een duurzame kerst!


maandag 19 november 2012

Recept: Gezondheidssoep met witte kool

Omdat ik me al een paar dagen niet kiplekker gezond voel, maakte ik vandaag deze gezondheidssoep.  Ook wel omdat de witte kool in de tuin op moet! 
Wat is er zo gezond aan dit gerecht?  Witte kool bevat veel vitamine C.  Rode bietjes bevatten ijzer.  Tijm is aangenaam voor de keel en heeft de eigenschap dat het slijm oplost, appelazijn is een allround volksmiddeltje dat voor alles goed is, en rauwe look (in de pasta) regelmatig gegeten doet je honderd worden!  Bovendien heeft deze soep zo'n mooie, rode, heldere kleur dat je je op slag beter voelt. 

Nodig:
-1 witte kool, in stukjes gehakt
-2 rode bieten, in blokjes gesneden
-2 uien, medium groot gesneden
-2 laurierblaadjes
-peper en zout
-nootmuskaat
-komijnpoeder
-een geut appelazijn (bio, van een goed merk)
-tijm
-2 el olijfolie
-een geutje ketchup
-groentenbouillon
-1 blik tomaten, of 6 verse tomaten
Voor erbij, optioneel:
-toast
-spirelli
-2 teentjes look, fijngeperst
-geut olijfolie

Hoe maak je het?
1.Verhit olie in grote pot, bak ui met tijm, nootmuskaat, laurier, peper en zout en komijnpoeder tot glazig.  Kruiden naar smaak nemen...
2.Voeg de kool, biet, tomaat en bouillon toe, en net zoveel water tot alles onderstaat.
3.Giet een scheut appelazijn en een geutje ketchup erbij.  Deksel erop, en aan de kook brengen. 
4.Kook 25 minuten. 
5.Kook ondertussen eventueel de pasta klaar. 
6.Meng de geperste teentjes look en wat olijfolie door de pasta.
7.Mix de soep, en serveer in een kommetje, of als een dikke pastasaus op een bord met de pasta.
Smakelijk!  Eens zien of ik er beter van word :)


maandag 12 november 2012

Zelf Zuurkool Maken

Zuurkool is niet alleen lekker, het is ook een supergroente die enorm veel vitamine C bevat.
Ik vind gefermenteerde voeding enorm interessant, omwille van
1. De reeds vernoemde hoge voedingswaarde: gefermenteerd betekent meestal dat je lichaam het beter verdraagt.  Heel wat mensen die allergisch zijn voor melk, kunnen wel yoghurt eten, bv.
2. Het feit dat gefermenteerd voedsel lang houdbaar is (ik heb nog goede zuurkool gegeten in september, die in november gemaakt was van het jaar daarvoor!) en bovendien extra voedingswaarde krijgt door de fermentatie.  De meeste groenten die je "bewerkt" om te bewaren verliezen voedingswaarde (vb fruit in confituur), terwijl gefermenteerde waren net voedzamer worden (extra vitamine in zuurkool, bv.)
3. Het feit dat gefermenteerde producten hele verhalen over cultuur vertellen.  Denk maar aan Franse stinkkaas, wijn, sojasaus in Japan, ...  Sandor Katz, van Wild Fermentation (voor een bespreking van dit geweldige boek, zie mijn vorige site: http://zelfvoorzieningsbijbel.jouwweb.nl/boekbesprekingen/wild-fermentation ), beweert zelfs dat culturen die geen gefermenteerd voedsel hebben, geen interessante culturen zijn.  Hij noemt als voorbeeld Noord-Amerika.

Om het mezelf wat makkelijker te maken heb ik twee Keulse potten gekocht.  Dit zijn grote, geglazuurde potten met een waterslot deksel.  Het water laat toe dat lucht binnenin de pot kan ontsnappen, maar dat er geen lucht aan de fermenterende zuurkool kan.  Op die manier worden bacteriën tegengehouden, en zegt de pot de eerste tien dagen van het gistingsproces elke twee minuten gezellig: BLOEB!

Hoe maak je zelf zuurkool?

1.Zet klaar:
-een snijplank
-groot mes
-klein mes
-eventueel: grote schaafrasp
-grote pot om compostafval in te doen
-grote kom om in te stampen
-stamper (wij gebruikten een gevulde glazen ketchupfles, maar je kan ook een houten stamper aanschaffen)
-zout
-kruiden (eventueel) zoals laurier, mosterd, peper, komijn, bonenkruid, jeneverbes,...
-optioneel: rode kool, appeltjes

2.Oogst je kolen.  Wij kregen drie grote witte kolen plus een rode en een aantal appels in een pot van 5 liter, en nog eens zes flinke kolen in een pot van tien liter.

3.Maak de kolen schoon.  Hou een aantal grote dekbladeren apart.

4.Snij het hart uit de kool.  Snij of rasp of schaaf de kool in het soort stukken dat je lekker vindt: grof of fijn, het kan allemaal.

5.Reken ongeveer 1 eetlepel zout per kool.  Strooi wat zout over de gesneden kool in een grote kom, vermeng, en verbrijzel daarna de kool met de stamper.  Je moet blijven stampen tot de kool vochtig wordt.

6.Doe de gestampte kool in de pot en druk goed aan.  Leg nu een laag appeltjes en of kruiden erbovenop.  Vul verder aan met gestampte kool, tot je net aan of boven de handvaten komt.

7.Leg de apart gehouden dekbladeren over de gestampte kool in de pot.  Leg hierop de verzwarende stenen die bij de Keulse pot horen.  Duw net zo lang tot de stenen onder het vocht komen te staan.

8.Zet het deksel op de pot (nadat je de watergeul schoongemaakt hebt) en vul met water.

9.Zet tien dagen op kamertemperatuur.  De pot zegt geregeld: BLOEB.

10.Zet nu 4 weken koud weg.  Daarna is de zuurkool klaar voor gebruik!

Voor een receptje met zuurkool, kijk hier:
http://dezelfvoorzieningsbijbel.blogspot.be/2013/02/recept-eenvoudige-pastasaus-met-prei-en.html



maandag 29 oktober 2012

Boekbespreking: de Perfecte Ramp

Toen ik het boek "De Perfecte Ramp" van Casti meenam om te lezen, was de reactie van iemand die ik ken: "Ga jij DAT lezen?!"
Ze sprak het uit alsof ik wel gek moest zijn, dat ik me met zulke verwaarloosbare lectuur wou bezighouden.  In zijn boek geeft Casti, een wiskundige, toe dat hij niet meteen een aangenaam onderwerp bespreekt: hoe waarschijnlijk en wanneer waarschijnlijk zal een bepaalde ramp zich voordoen? 
Mensen willen zulke dingen niet horen en steken hun kop liever in het zand.  Het is heel menselijk om blind te willen zijn voor toekomstige, onafwendbare problemen.  Toch is het tijd om onze ogen te openen, vindt Casti.  Hij wil met zijn boek geen doemscenario aan ons voorleggen, hij wil net een positieve boodschap brengen: we moeten nu reageren!
Toch zijn de mogelijke rampen die hij bespreekt iets waar ik persoonlijk vrij moedeloos van werd.  Casti toont aan dat het perfect mogelijk is dat het internet ( een uitvinding die dateert uit een tijd waarin de computers nog lang niet zo geavanceerd waren als nu) binnen korte tijd kan crashen.  De gevolgen van zo'n crash zijn afschuwelijk, want er zijn bijna geen bedrijven of voorzieningen meer die NIET via het internet werken.  Voedselschaarste zou al binnen enkele dagen na een crash een feit zijn. 
Hetzelfde (chaos, lege supermarkten) zou zich snel voordoen na een grootschalige electriciteitspanne - alweer een ramp die best mogelijk is, gezien ook het electriciteitsnetwerk fel verouderd is.  Westerlingen zijn verwend: wij zijn het zo gewoon dat we in de supermarkt onze mandjes naar believen kunnen vullen met allerlei verschillende soorten producten uit de hele wereld dat zulke rampscenario's iets voor een hollywoodfilm lijken...
Maar dit boek is allerminst fictie...  De pandemie lijkt me persoonlijk de ergst denkbare ramp.  Ook een wereldwijde epidemie is volgens Casti onafwendbaar, en daarom vind ik het jammer dat hij niet meer de nadruk legt op de afschuwelijke toestanden in de intensieve veeteelt.  Dodelijke griepvirussen ontstaan immers bij varkens of vogels, waarna de gemuteerde virussen op mensen kunnen overspringen.  De gigantische veestallen, waar dode kippen dagenlang blijven liggen, waar varkens van stress en verveling sowieso al vaker ziek worden, en ga zo maar door, zijn de gedroomde geboorteplek voor zo'n wereldwijde killer. 
Dit is een aanrader voor wie wakkergeschud wil worden.  Dit boek zet je echt wel met je voeten op de grond: het is NU tijd om iets te ondernemen.  Maar wat je zelf kan ondernemen, daar blijft Casti vaag over, alhoewel ik blij ben dat hij tot twee keer toe herhaalt dat je beter je persoonlijke vleesconsumptie zou verminderen, in verband met waterverbruik en voedselschaarste.  Hij somt vooral tools en werkpunten op voor regeringen.
Mijns inziens zullen politici nooit of te nimmer de politieke moed hebben om echt iets te veranderen, voor de eerste ramp gebeurt.  We kunnen beter zelf beginnen, bij onszelf.  Consuminderen, geen of minder vlees en vis eten, lokaal en biologisch voedsel kopen of produceren, elkaar helpen. 
Want dat laatste benadrukt Casti ook: uit de geschiedenis blijkt, dat mensen in extreme omstandigheden in plaats van elkaar te bestelen of te vermoorden elkaar net vaker helpen.  Mensen werken samen als een ramp plaats vindt - dat maakt ons tot mens. 

Dat verandering nodig is, zie ik elke dag.  We leven in deze maatschappij in een soort droombubbel.  Het leven lijkt voor zoveel mensen vandaag te bestaan uit shoppen, uitgaan en werken om die luxes te kunnen betalen, en uit angstvallig die "rijkdommen" te verdedigen tegen ongewenste indringers van andere, armere landen.  Maar de kapitalistische maatschappij is onhoudbaar - olie is eindig, en je kan geen geld met geld maken.  Bovendien kan je geld niet opeten.  Onze maatschappij en onze luxe zijn absurd - en eindig.   

-In de boekhandel zag ik een boek dat "infominderen" als titel had.  Op de achterflap kon ik lezen hoe we tegenwoordig met informatie overspoeld worden, en dat een teveel aan info ons stress geeft en ons ongelukkig maakt.  Bijgevolg hebben we blijkbaar een heel boek - EEN HEEL BOEK - nodig om ons uit te leggen hoe we met minder informatie kunnen rondkomen! 
Absurd. 
-In een supermarkt zag ik in de koeltoog iets dat me haast deed kokhalzen.  Het was een plastic zakje, doorschijnend afgezien van het merklogo, waarin een in schijfjes gesneden appel lag.  De appel was niet geschild, nee, hij was gewoon in schijfjes gesneden.  Het klokhuis zat niet bij in het zakje.  Daarnaast lag een doorschijnend plastic zakje van hetzelfde merk, met daarin bolletjes - ronde bolletjes - wortel.  Je kon deze zaken kopen.  Het ging hier niet om producten bestemd voor restaurants, met grote hoeveelheden voorgesneden appel en wortel.  Het ging om 1 stuk fruit en 1 stuk groente.  Wat is er mis met een gewone appel of wortel en een mes?  Zijn we zo collectief verwend en gek geworden dat we betalen voor een in stukjes gesneden appel?
Absurd.
Wij, de individuen, kunnen de absurditeit doorbreken als we het heft in eigen handen nemen.  Zelf in onze energie voorzien, zodat we zelfvoorzienend kunnen zijn als morgen inderdaad de electriciteit stilvalt, net zoals Dick Cheney en nog wat andere superrijken, zoals Casti fijntjes opmerkt (zij hebben allemaal een geheel zelfvoorzienend huis). 
We kunnen van consument tot producent worden, onze eigen groenten en fruit telen, zodat we ze niet moeten laten aanvoeren, in stukjes gesneden en in plastiek verpakt, vanuit verre landen. 
Die uitspraak komt van Bill Mollison, en het is een van mijn favorieten:
We moeten van consument tot producent worden, en zo de macht in eigen handen nemen. 
 

donderdag 18 oktober 2012

De Keuze voor Bio

Even een lang verhaal om mijn overstap naar bio te verklaren...
Een aantal jaar geleden leefde ik op mijn allerzuinigst.  Het liefst wou ik zo weinig mogelijk werken voor een baas, om in de plaats daarvan me te kunnen verdiepen in het moestuinieren, het schrijven van boeken, het in eigen behoeftes voorzien, quoi.
Zonder betaald werk lukte het echter niet om rond te komen.  We zijn een beetje onafhankelijker geworden door een eigen huis, maar de lening moet wel nog afbetaald worden. 
Het ideale compromis was een deeltijdse job.  Heel wat mensen bekijken mij met een scheef oog als ik vertel dat ik deeltijds werk, terwijl ik geen kinderen, andere baan of bijkomende studies heb.  Nochtans zou onze maatschappij er, in mijn ogen, heel wat mooier kunnen uitzien als veel meer mensen deeltijds zouden werken.  Daar bestaan zelfs studies over!  Minder tijd op de werkvloer zorgt ervoor dat je meer tijd kan besteden aan pakweg vrijwilligerswerk, of aan met zorg bereide maaltijden, of aan mekaar. 
In ieder geval, mijn vriend en ik doen onze job allebei graag, maar we vinden het eveneens fijn om de resterende tijd aan andere zaken te besteden: het leven hoeft niet alleen om je werk te draaien. 
Minder werken betekent meer tijd, maar uiteraard ook minder geld.  En dus verdiepte ik mij in de kunst van het zuinig leven.  Besparen kan enorm uitdagend zijn - een heerlijke denkoefening.  Op zowat alles valt er op creatieve wijze wel iets te beknabbelen.  Een van de gevolgen van mijn zuinige jaren was dat ik zoveel tips leerde kennen dat ik besloot ze op te schrijven, en zo werd mijn idee voor een Zelfvoorzieningsbijbel geboren. 
Op eten valt heel wat te besparen.  Door veganistisch te gaan eten, gaven we plots gigantisch minder geld uit aan "nog rap een broodje/koffiekoek/..." halen.  En het leerde ons om zelf met creatieve - en lekkere - oplossingen op de proppen te komen. 
In de supermarkten kan je heel wat besparen door prijzen te vergelijken.  Ik werd daar een kei in.  Altijd de allergoedkoopste prijs of de meest voordelige promo. 
Biologisch eten was niet voor ons weggelegd, dacht ik.  Het was te duur.  Wij konden dat niet betalen.  Wij konden daar geen geld voor opzij leggen.  Dan beter goedkoper. 
Heel langzaam is die gedachtengang omgedraaid.  Het begon, denk ik, met citroenen.  Bakken is iets wat ik erg graag doe en waar ik ook goed in ben geworden.  Omdat we ons voorgenomen hadden geen eieren en melk meer te kopen (we kunnen ons geld echt niet uitgeven aan bedrijven die dieren op zo'n afschuwelijke manier als dingen behandelen) heb ik me verdiept in het vegan bakken. 
Heel interessante materie!  En voor heel wat cakes is citroenschil de ideale smaakmaker.  Maar hoe meer ik las over de met gif behandelde schil van de citrusvruchten, hoe enger ik die goedkope citroenen vond.  Bij de bio's was er geen gevaar.  En mensenlief, wat een verschil in kwaliteit!
De bio-citroen maakte nieuwsgierig: zou het met bio-appels net zo zijn?  En sla?  En worteltjes? 
De gezelligheid van de lokale biowinkel kon me na een tijdje meer verleiden dan de allerlaagste prijs van de supermarkt.  En de smaak van de groenten en het fruit was echt van topkwaliteit.  Dat stemde tot nadenken: hoe is het in feite mogelijk dat wij groenten die met kankerverwekkende producten behandeld zijn als "normaal" bestempelen, terwijl bio nog steeds iets "speciaals" is?
Biologisch voedsel stelde niet teleur.  Telkens ik ging winkelen, probeerde ik een nieuw product in biologische vorm uit te proberen dat we tevoren in "gewone" versie hadden aangekocht.  Bloem voor ons brood en ons gebak, daarna pasta, dan tomaten in blik, witte bonen in tomatensaus, ...  De allerlaatste producten die we zo omgezet hebben, zijn olie, voor onze veganaise, en balsamico azijn.
En de prijs?  Die was plotseling niet meer het allerbelangrijkste.  Ik bedacht dat mijn geld een krachtig signaal kan zenden aan de maatschappij.  Ik gebruik het liever om een biobedrijf mee te sponsoren dan om een al mirjardaire supermarktfamilie nog rijker te maken.  Het geeft een goed gevoel om te bedenken dat ik mee help de biolandbouw te ondersteunen.
Ik koop ook nog steeds bijna enkel de ruwe producten, de basis: geen muesli, maar havervlokken en speltvlokken.  Geen koekjes, maar wel rozijnen en rietsuiker, of ahornsiroop.
Wat is er belangrijker dan eten, om je geld aan uit te geven?  Zou kwalitatief hoogstaand eten niet een zekere prijs mogen hebben?  Ik geef in feite liever veel geld uit aan lekker, gezond en niet-vervuilend voedsel dan dat ik het besteed aan brol uit de fabriek in China.  Want zo gaat het vaak: mensen klagen over die hoge bioprijzen van het eten, maar leggen wel zonder verpinken een klad geld neer voor een flatscreen tv die na 5 jaar al weer uit de mode, of kapot zal zijn.  
 En dus kijk ik niet meer naar de prijs van mijn eten (of toch minder!).
Ik koop:
-bio
-zo lokaal mogelijk (lokale kleinhandel, en als het niet anders kan, lokale biosupermarkt of supermarkt waar ze bioproducten verkopen)
-seizoensgebonden
-basisproducten (zo weinig mogelijk bereide producten)
-enkel plantaardige producten

dinsdag 16 oktober 2012

Boekbespreking: Goed Eten, door Dorien Knockaert

Ik ben nooit zo'n fan geweest van risotto.  Op restaurant kwam het mij altijd nogal klef en flauw over, en daardoor heb ik er nooit thuis mee geëxperimenteerd.  Maar Dorien maakt me in haar boek "Goed Eten" nieuwsgierig: ze is zo enthousiast over risotto en geeft zulke intrigerende tips om de brij te verfijnen dat ik mij heb voorgenomen eens een zakje risottorijst te gaan kopen, om te experimenteren.
In het boek worden reportages en interessante weetjes afgewisseld met recepten.  Er staan heel wat toffe ideeën in, en Dorien heeft een vlotte pen.
Ook geeft ze accuraat de problemen weer waar een would-be veganist/e mee kan geconfronteerd worden: kerstmenu's, kaas vervangen door iets dat het evenaart, eigen kippen: ja of nee.
De tips over het bewaren van groenten buiten de koelkast zijn ook meegenomen.  Wij hebben al jaren geen koelkast meer. Eerst was dat uit plaatsgebrek, daarna uit ecologische overwegingen, en nog daarna-er doordat we merkten dat we haast niks eetbaars meer de composthoop op moesten kieperen:  het niet hebben van een koelkast dwingt je namelijk om creatief en snel om te springen met restjes, waardoor je afvalberg aanzienlijk verkleint.
Een aanrader voor wie tips wil opdoen om vegetarischer/veganistischer te gaan leven!

Leve de Mosterdboer!

Wat was ik blij, toen ik het zag: een zee van gele bloemen - een hele wei vol, vlak bij ons huis!  Een mosterdveld, of was het nu koolzaad?  Ik kan die twee nog steeds niet uit mekaar houden.  In ieder geval: zowel koolzaad als mosterd zijn groenbemesters, en het zijn goede bronnen van nectar voor de bijen!
Net voor de winter er aan komt is zo'n giga-voedingsbron vlak bij huis dus goed nieuws voor de bienen, zoals ze in het oud-nederlandsch steevast genoemd worden. 
De boeren zaaien de mooikleurige bloemen in als groenbemester - dus ook zij hebben er iets aan. 
Het is een prachtig zicht, zo'n zee van geel, maar het blijft natuurlijk een monocultuur.  Nog beter zou een groenbemestingsmix a la Sepp Holzer zijn: een mengeling van lupinen, facelia, mosterd, rogge, wikke, ...
De bijen lijken zich er anders niets van aan te trekken, ik zie ze en masse terugkeren met gele klompjes aan hun pootjes.  Ook op de paarse en roze asters in de tuin vind ik ze terug. 
In dit prachtige seizoen met al zijn kleuren is het extra leuk dat de kippen en de eenden me komen vergezellen op wied-tocht in de moestuin.  Behalve de kolen, waar de kippen al eens graag in pikken, is het meeste al geoogst - en dus mogen de dieren de moestuin opruimen.  Het is gezellig om te zien hoe zij zich uitleven!
Om terug te keren naar de mosterd/koolzaad: in de tuin staan veel zelf aangewaaide plantjes van die soort.  Ze leveren gigantisch veel zaden op, en ik kijk er naar uit om eens een mosterdrecept uit te proberen. 

De geheimen van Leem

Je eigen huis verbouwen hoort ook bij zelfvoorziening, vind ik.  En hoewel ik allesbehalve technisch of handig aangelegd ben, wil ik het toch over lemen hebben - omdat dat tot nu toe het plezantste aspect van de verbouwingen van ons huis is geweest. 
We bestelden leem, gemengd met stro en vlas bij een ecologisch bouwbedrijf.  De leem komt in bigbags en wordt per kraan geleverd...
Het zand scheppen we in grote cementbakken, en we mengen het met water, totdat het een dikke modderpap is.
Daarna maken we een iets vloeibaarder papje van leem en water, en dat brengen we met een verfborstel op de muur aan.  Wij leemden op die manier op itong en baksteen, en we hopen in de toekomst op gyproc te kunnen lemen.
Hoe natter de muur is, hoe beter de leem blijft plakken.  Mijn vriend gebruikte netjes truweel en gladstrijktroffel, ik kwakte gewoon een dikke handvol leem tegen de muur om die daarna met mijn vingers uit te spreiden.
Uiteindelijk wordt alles gladgestreken met de grote, vierkantige truweel, en daarna wordt de muur rechtgetrokken met een rij - of rei?  Dat is een lange, rechthoekige lat.  Alle te dik gezette leem veeg je hiermee van de muren en het ziet er daarna piekfijn en recht uit.
Nu mag de met leem bezette kamer een dag of twee drogen.  Daarna worden de muren gepolierd met een soort rechthoekige spons.  Door deze behandeling gaat de muur er mooi glad uitzien en komen de strootjes in de leem naar boven, wat voor een fijn licht effect zorgt.
Op het internet kan je nog duizenden prachtige toepassingen met leem vinden, als je zoekt onder "cob" (leem, in het engels).  Fantastisch mooie uit leem gefabriceerde boekenplanken, omkastingen voor haarden en kachels waarin je meteen houtvoorraden kan bewaren.
Zoals gezegd ben ik niet handig en zonder handleiding durf ik niet echt beginnen aan zelf gebeeldhouwde lemen meubels in huis...  Maar als iemand extra info hieromtrent heeft: ik hoor er graag van!

   

donderdag 6 september 2012

De bijen zijn beroofd!

Enkele dagen geleden gaf ik mijn bijen 's avonds voor de eerste keer een suikersiroop.  Ik heb de kast gewogen, en hoewel ze nog tijd hebben om honing te maken, zitten ze nog niet op hun ideale honinghoeveelheid om de winter te kunnen overleven.  Dus help ik hen met een suikersiroop. 
Nu is het zo dat suiker de bijen "activeert".  Ze hebben zo iets van: wow, waar komt deze superbron vandaan?  Daar moeten we meer van hebben!
Bijgevolg gaan ze actief zoeken naar de suiker.  Telkens ik buiten ging, kwam ik bijen tegen die rond me cirkelden, zoemden, me leken te onderzoeken.
In mijn naïeveteit dacht ik nog dat ze me vriendelijk kwamen bedanken voor de siroop.  Er hangt immers een hele mythe rond het imkeren: de bijen zouden de imker herkennen, en je moet alle belangrijke gebeurtenissen "aanzeggen" aan de bijen.  Als er iemand wordt geboren moet je dat als imker aan je bijen gaan vertellen, en evengoed als er iemand sterft.
In ieder geval, na wat nadenken begreep ik dat de bijen niet kwamen bedanken, maar dat ze heel ijverig aan het zoeken waren naar de nieuwe superbron.
Het was echt bizar: zodra ik buitenging, bijen die op me landden, die soms bijna agressief rond me heen zoemden.
In de late namiddag merkte ik heel wat drukte op aan de kast.  Luid zoemen, heel veel bijen voor de ingang. Nu is het wel vaker zo dat er plots erg veel bijen zich rond de kast concentreren.  Meestal heeft dat te maken met de vliegles van de jonge werksters, die zich nog moeten oriënteren op waar de kast precies staat.
Maar deze grote concentratie aan bijen leek niet normaal.  Ongerust zocht ik op het internet de symptomen voor roverij op.
Het gebeurt namelijk wel vaker dat bijen in schaarse periodes (lente, nazomer, herfst) waneer er weinig in bloei staat een tikje wanhopig op zoek gaan naar voedsel.  Als ze dan een slecht bewaakte kast, of een kast met een zwak volk tegenkomen, of eentje waar de onnadenkende imker met siroop of honing gemorst heeft, dan dringen enkele bijen daar naar binnen.  Eens ze effectief een voedselbron gevonden hebben keren ze als de weerlicht naar huis om hun mede-werksters bij mekaar te roepen.  Met honderden tegelijk vliegen ze dan naar de aan te vallen kast en proberen ze daar en masse binnen te dringen.  Eens binnen gaat het er niet netjes aan toe.  Wasdeksels worden afgerukt en de indringers zuigen zich vol met honing.  In extreme gevallen doden deze roofbijen zelfs de koningin - volgens bronnen op het internet.
Mij ging een licht op: de actief zoekende bijen in de tuin waren misschien niet de mijne - het waren misschien rovers, op zoek naar die aan te vallen kast!  Help!

Deze symptomen om roverij te herkennen vond ik op het internet:

-Italiaanse bijen hebben een sterkere neiging tot roverij.  Veel geelgekleurde bijen kan dus een mogelijk teken van roverij zijn...
-de rovers zijn nerveus op en neer aan het dansen aan de ingang
-ze maken erg veel lawaai, een luid agressief zoemen
-soms zie je wasrestjes aan de ingang
-mogelijks liggen er dode bijen aan de ingang
-de wachtbijen gaan in gevecht met de rovers
-bijen die UIT vliegen "vallen" even (omwille van de zware last aan honing die ze meehebben kunnen ze niet als pijl en boog wegschieten, zoals gewone haalbijen dat doen) - ze maken een karakteristiek "dipje" in hun vlucht.
-de bijen proberen massaal alle ingangen binnen te dringen
-zelf kan ik nog toevoegen: er zijn vele bijen op rare plaatsen in de tuin en aan het huis (verschillende vlogen door de ramen naar binnen, vooral aan de keuken) die je komen besnuffelen 

Na enige observatie (ik ben ook maar een beginner en de theorie cursus had me hier ECHT niet op voorbereid) merkte ik inderdaad uitvliegende, vallende bijen op, naast het luide zoemen, de occasionele gevechtjes en het massaal proberen binnendringen.  Vooral dit laatste was opvallend: er waren hele trossen aan kieren die anders zelden gebruikt werden. 

Hoe kan je je verdedigen tegen de aanval?

Enkele trucjes, alweer gevonden na opsporingswerk op het internet:
-maak alle ingangen dicht, verklein de hoofdingang tot er slechts twee bijen tegelijk in kunnen.  Zo kunnen de kastbijen zich beter verdedigen.  Concreet: stop alle kieren waar je rovers naar toe ziet dringen dicht met gras of paardebloemblad, of wat voorhanden is.  In de hoofdingang stak ik een stokje waarlangs nog enkele bijen konden wringen.  Laat alles een dag of twee zitten, om de rovers te ontmoedigen als ze terugkeren.   
-zet een stuk glas of een stuk karton schuin voor de ingang: dit verwart de rovers.  Als je meerdere kasten hebt en je hebt een beroofde en een rovende kast, verwissel de twee dan van plaats met elkaar: hier staan de rovers paf van.
-besproei de rovers met de plantenspuit en regenwater om hen te ontmoedigen
-hang een natte doek over de kast (dit heb ik nog niet geprobeerd)
- Voeder de bijen enkel 's avonds, na het vliegen, als de schemering al begonnen is, en mors nooit.  Voeder enkel IN de kast.
-een eigen ideetje, dat ik nog NIET heb uitgeprobeerd: wie weet kan het helpen om voorzichtig met een wierookstokje in de buurt van de ingang van de kast te gaan staan bij een aanval?  De roofbijen gaan immers op geur af, en raken in de war als er een sterke geur de kastgeur verdoezelt.  Bovendien denken de rovers dan mogelijk dat het brandt en nemen ze het hazenpad.  Het nadeel kan zijn dat de eigen bijen ook aan brand denken.     

Wat heb ik uit dit alles geleerd?

In de schaarse periodes ga ik zeker de ingangen verkleinen, hoewel ik de indruk kreeg dat mijn bijen met veel plezier de verschillende inkoms gebruikten. 
Ondertussen lijken de bijen het nog steeds goed te maken.  Ik kan door het raam nog wat honing zien zitten, dus niet alles is weg.  Ik weeg op tijd en stond de kast om de verliezen te meten, en ik ga, voorzichtig, door met bijvoeren. 
 

dinsdag 31 juli 2012

Arme Hugo...

Wat verschrikkelijk - Hugo is gisteren gestorven, in mijn armen. 
Hij was met de anderen aan het scharrelen maar ik zag hem telkens opnieuw de hals omhoog steken en slikken - ik dacht dat er iets vast zat. 
Het slikken en de beweging werden heftiger.  Ik wilde iets doen, maar bedacht dat het weinig zin had om op Hugo af te lopen.  Van de twee eendjes was hij de schuwste, en ik wilde hem geen schrik aanjagen...
Toen hij zich echter plots afzonderde van de groep heb ik dan toch - veel te laat... - ingegrepen.  Nog steeds dacht ik dat er iets in zijn keel vastzat, en probeerde ik die te masseren.
Maar het was zijn bek waar het probleem lag: er zat een - kleine dan nog - slak vast tussen tong en snavel.
Onze hulp kwam te laat, ik ben er nog steeds niet goed van...
Ik begrijp ook niet hoe Hugo zich kon verslikken in een slak - er stond water genoeg...  Misschien was hij nog te jong om al veel te foerageren?
Echt jammer.
Om Viktor niet in zijn eentje tussen de twee kippen te laten (ook loopeenden zijn gezelschapsdieren waar je er minstens twee van bij mekaar moet zetten) zijn we onmiddellijk een tweede eend gaan halen.
Het is niet dat we Hugo zomaar wilden vervangen - het ging ons vooral om een kameraadje voor Viktor.
Dus is er nu Arthur bijgekomen - een al ietwat oudere en ook meer robuustere eend dan Hugo.  Hopelijk is zijn leven wat langer...

maandag 30 juli 2012

Indische Loopeenden

Onze twee nieuwe loopeendjes, Viktor en Hugo, zijn nu zo'n twee weken bij ons en ze beginnen al aardig tam te worden!
De truc is om hen met eten steeds dichter te lokken.
Naast onze Mechelse Koekoeks Mira en Laxmi zochten we nog twee medewerkers die onze tuin slak - en ongediertevrij kunnen houden.  Indische loopeenden staan bekend om hun ijver als het op slakkenvangen aankomt, dus dat leek de ideale oplossing.
Nu ze wat tammer geworden zijn, laten we Viktor en Hugo samen met Laxmi en Mira ook uit hun (reeds bijzonder ruime) ren in de voortuin.  En ze hebben al bewezen dat ze heel erg graag slakjes lusten!
Slakken kunnen in een moestuin ook hun nut hebben: ze ruimen zwakke planten op, en ze lokken vogels.  Maar in vorige tuinen (vooral in de stad, eigenlijk) heb ik gemerkt dat ze een ware plaag kunnen vormen.  Ik vermoed dat het aantal platgereden egels (hun natuurlijke vijanden, o.a.) op de weg daar een oorzaak van kan zijn...
Neem alleen loopeendjes als je ze veel ruimte kan bieden; evenals veel water.  Onze twee grappig rechtoplopende eendjes zijn nu al verzot op hun kinderbadje.  Als ze nog tammer geworden zijn, mogen ze in de winter ook kennis maken met de grote vijver in de moestuin zelf.  Daar mogen ze nu nog niet in, omdat ze ook wel jonge groenten lusten, hoewel ze lang niet zo destructief als kippen zijn.  Maar 's winters is die hele 19 are van hen, en van Mira en Laxmi uiteraard.
De kippen kunnen het ondertussen ook goed vinden met hun nieuwe gezelschap.  In het begin was het wennen: de eenden liepen achter de kip aan als was het hun mama, en daar was de kloek niet mee opgezet.  Maar ondertussen lijken de kipjes meer dan verzoend met de eendjes.  Telkens als ik buitenga, zijn ze nu met zijn vieren: naast elkaar slapend, of scharrelend. 
Een koddig zicht!
Oorspronkelijk wou ik de loopeenden Sauron en Saruman noemen.  Hun taak is namelijk moorddadig en "evil":
Two ducks to rule them all (de slakken),
two ducks to find them...
Two ducks to bring them all,
and in the darkness BIND them!
Maar Hugo en Vikto bekt toch wat makkelijker.  Arme slakken...  Als het regent en ze glijden met hun voelhorens doorheen de tuin, vind ik ze altijd mooi...

woensdag 25 juli 2012

Sepp Holzer: Permacultuur

De vertaling van Holzer's boek Permacultuur is eindelijk uit - het is een mooi boek met fijne foto's geworden.  Goed geschreven, interessant en bruikbare informatie - zeker als je een bioboerderij wil opstarten. 
Wat heb ik (met slechts 19 are ter beschikking) eruit geleerd?
Het concept van de woelmuis-pacificerende en tegelijk windbrekende wal vind ik super.  Je plant langs de zijkanten van je tuin een soort haag van zonnebloem, aardpeer, hennep, ... - hoge planten met veel voedingsbehoefte.  Gezien het feit dat ze zoveel voedingsstoffen verbruiken, remmen ze de groei van woekeraars als netels en (help) de door mij gevreesde zuring.  Omdat ze hoog en sterk zijn, breken ze de wind.  En de knolletjes die de aardpeer oplevert worden zo goed gesmaakt door de woelmuis, dat die misschien wat minder aan je uien, wortelen, look, pastinaak etc gaat knabbelen.  Overschotten kan je ook nog eens zelf verorberen in de keuken.
Eveneens interessant was de uitleg over verhoogde bedden.  Ik heb, zoals Sepp, geen graafmachine om een geul van anderhalve meter diep te graven en die dan vol te stoppen met grof materiaal als boomstammen en struiken, maar het is ook mogelijk om verhoogde bedden op tuinmaat te maken, met de hand.  Ik ging altijd uit van verhoogde vierkante bakken, maar Holzzer vormt een soort Toblerone-reep landschap: driehoekige verhoogde bedden van 1 tot 1.5 m hoog, waarin het makkelijk oogsten is.
Wat ik moeilijk blijf vinden is de ver doorgedreven polycultuur die Holzer beoefent.  In mijn eigen tuin doe ik aan combinatieteelt (waarbij het boekje "Combinatieteelt" van Bob what's in a name Flowerdew me zeker geholpen heeft.) 
Zo staan aardbeien bij look, asperges bij peterselie, paprika bij basilicum.
Maar bij Sepp staat alles door elkaar in een ogenschijnlijke chaos - hoe doet hij dat, vraag ik me af, als de planten zich steeds op dezelfde plek blijven uitzaaien?  Doet hij dan niet aan wisselteelt?  Of hoef je je bij 47 hectare geen zorgen te maken om wisselteelt?
Ik vind de wilde wanorde in zijn landschappen prachtig, maar ben nog net iets te netjes om het zelf zo uit te proberen...
Ook moeilijk vind ik het constante mulch-concept.  Ik begrijp dat mulch fantastisch voor de bodem en voor het bodemleven is - een mulchlaag houdt de grond kruimelig en vochtig.  Maar hoe moet dat met planten die je zichzelf laat uitzaaien?  Als je ook in de winter en het voorjaar een mulchlaag behoudt, komt het zaad nooit in aanraking met de aarde zelf, lijkt me, en schiet het niet.  Voorlopig leg ik de dikste laag (van stro en onkruid) in hoogzomer aan, daarvoor gebruik ik dunne lagen (grasmaaisel van de buren).  In de herfst komt er een mulchdeken op, maar in het voorjaar haal ik alles weg.  De grond moet toch kunnen opwarmen?
Moeilijke kwesties...

Nu ik het toch over boeken heb: onlangs is nog een goed boek over tuinieren verschenen, nl "Mijn tuin is goud waard" van Grosleziat.
Deze tuineigenaar is echtgenoot en vader en beschrijft met veel trots hoe hij zijn eigen gezin kan onderhouden door zijn werk in de tuin, en niet door zijn goedbetaalde job.  Met het gezin besloten ze wat trager te gaan leven, en sindsdien eten ze alles uit eigen hof: bio, meer smaak, meer variatie, en minder vervuiling.  Het is vertederend als je leest hoe fier deze man is dat zijn kinderen een goeie band met de natuur hebben nadat hij zelf aan het tuinieren is geslagen.
Hij berekent ook alles heel economisch: minutieus becijfert hij welk voordeel je financieel uit een tuin kan halen.
De praktische tuininfo zelf is goed en to the point. 

maandag 4 juni 2012

Bijen 

Heerlijk, er zijn opnieuw bijen  in mijn tuin: ik heb een zwerm gekregen van een vriendin. 
Het volkje dat eerder bij me woonde is helaas overleden, vorige winter.  Ze hadden voldoende honing in de kast, maar er ontbrak een koningin - mogelijks liep er daar iets mis. 
Ik vind het fantastisch mooi om de bijen bezig te zien.  Ik zaai overal bloemenweides omdat het zo leuk is om hen daarop te zien vliegen, en natuurlijk ook om hen voldoende voedsel aan te bieden.  Al die verschillende kleurtjes stuifmeel aan hun pootjes: paars, geel, wit, ...
Gisteren heb ik ook ontdekt waar hun drinkplaats is: ze vliegen naar een ondiepe plaats bij de lissen in de vijver, waar ze veilig water kunnen opzuigen zonder te verdrinken.  Naar het schijnt kunnen bijen met geuren bepaalde plaatsen markeren zodat de anderen weten: hier is het goed om te drinken, hier staan interessante bloemen, enzovoort. 
Ik heb geen traditionele kast, ik werk met een top-bar-hive.  Daarin mogen de bijen zelf raat bouwen (er hangen geen voorgefabriceerde waswafels).  Op die manier kiezen ze zelf de celgroottes voor hun larfjes en voor de honing die ze maken. 
Ik hou bijen op de apicentrische manier: ik probeer te denken vanuit het standpunt van de bij, en niet vanuit dat van de imker.  Ik doe dus niet aanzwermverhindering, ik open de kast zo weinig mogelijk, ik gebruik geen beroker, ik laat de honing voor de bijen.  Ik ben al heel blij als ze mijn fruit en groenten netjes bestuiven, en als ik hen mag aanschouwen op de bloemen. 
Wat controversiëler, in deze tijden waarin het niet goed gaat met de bijen, is dat ik ook niet behandel met medicijnen tegen de gevreesde varroa mijt.  Dat kleine beestje zorgt ervoor dat bijen misvormd geboren worden - het optreden van deze parasiet leidt tot een algehele verslechtering van de gezondheid van de bijen. 
De meeste imkers behandelen hun kasten dan ook met verschillende medicamenten. 
Ik dus niet: ik ben van mening dat de medicijnen elk jaar sterker worden - bij gevolg wordt ook de mijt elk jaar sterker en resistenter, terwijl de bijen verzwakken.  Ook imkers die behandelen kennen veel bijensterfte. 
Volgens mij worden zo op den duur enkel de grote chemie-concerns zoals Bayer en Monsanto rijker - alleen zij winnen erbij.  Die bedrijven hebben ons eerst opgezadeld met allerlei giffen in de grond, en regelmatig brengen ze nieuwe pesticiden op de markt, vooraleer ze zelfs nog maar getest hebben of de nieuwe giffen met de reeds in de grond aanwezige giffen mogelijks op elkaar reageren.  Het staat zo goed als vast dat moderne pesticiden, met een moeilijk woord neonicotinoïden genaamd, voor een groot deel schuldig zijn aan de massale bijensterfte. 
Volgens mij maken we de bijen enkel nog meer afhankelijk van de mens met al die chemische geneesmiddelen.  Het lijkt me belangrijker om de bijen zelf sterker te maken. 
Het is een ingewikkeld verhaal - om het wat duidelijker te maken kan je de vergelijking maken met melkkoeien of vleeskoeien. 
Een koe gaf vroeger een pak minder melk per jaar dan de tegenwoordige melkkoe.  De melkproductie is flink gestegen door genetische selectie, het kweken van "goede" melkkoeien.  Voor de mens is het misschien fijn dat er meer melk is (hoewel we perfect zonder kunnen, een teken aan de wand is hier zeker de vaak voorkomende melkallergie) maar de koe is er niet echt mee gediend.  In de weien hierachter kan ik de dieren 's zomers zien sukkelen: met een uier als een reusachtige ballon slepen ze zich voort in het gras.  Veel koeien zijn kreupel: ze manken en hebben moeite met rechtstaan.  Dat komt door de botverkalking en de zwakke beenderen waar deze supermelkkoeien mee te kampen hebben: er is geselecteerd op meer melk, niet op meer koeienwelzijn of meer koeiengezondheid. 
Hetzelfde gebeurt met vleeskoeien.  Een koe is in feite een mooi dier: google maar eens een verfijnde Indische witte koe!  Maar de Belgische koeien zijn foeilelijke bodybuilders.  De spieren bulken er van af.  De vleeskoeien zijn namelijk ook genetisch geselecteerd opdat ze zoveel mogelijk  voordeel voor het eetpatroon van de westerse mens opleveren: veel vlees.  Zoveel vlees, dat de koeien tegenwoordig zo dik en vet zijn dat een normale geboorte niet meer kan bij bv Belgian Blue koeien.  Het kalf kan niet meer langs de normale weg geboren worden - dat moet via keizersnede. 
Vrij walgelijk, en totaal onnatuurlijk. 
Hetzelfde is met de bijen gebeurd.  Zij zijn geselecteerd op "braafheid"(weinig steken), op weinig zwermen, op grote honingopbrengst, etc etc.  Allemaal kenmerken die handig zijn voor de imker, maar die - mogelijks - ten koste gaan van de gezondheid van het volk zelf. 
We moeten ervoor zorgen dat er opnieuw veel bloemenweides voor de bijtjes beschikbaar zijn.  Iedereen kan daarbij helpen: zelfs al heb je slechts een klein balkon, dan kan je er nog een pot met phacelia of boekweit op zetten!
Ondertussen geniet ik van het kijken naar die fantastische kleine wezentjes - hoe meer ik over hen leer hoe verbaasder ik ben - en hoop ik dat ze de huidige plagen zullen overleven.  Bijen zijn veel en veel ouder dan de mens...  Laten we hopen dat ze snel sterker worden en de varroa kunnen overleven.  Er klinken hoopvolle berichten over verwilderde volkeren die varroa-resistent blijken te zijn...


vrijdag 11 mei 2012

Onkruidmanagement: zevenbladlasagne en heermoesmulch

Met het warme en vochtige weer is vooral het onkruid spontaan gegroeid.  Ik zeg onkruid uit de macht der gewoonte, want ik gebruik heel vaak planten als brandnetels en kamille, die door velen als plagen worden beschouwd.
Zevenblad staat gekend als zo'n plaag.  Maar in Zweden, waar ze niet zo'n warme zomers kennen, is het zevenblad geliefd als een goeie bodembedekker.  Wat mij betreft: zolang het eetbaar, geneeskrachtig of heel erg nuttig is voor de dieren vind ik het allemaal niet zo erg.
En dus heb ik van het overtollige zevenblad lasagne gemaakt: regelmatig plukken van het blad ontmoedigt de plant.  De bladeren die ik niet gebruik laat ik gewoon liggen, als mulch. 
Ook de paardenstaarten, zoals heermoes vaak genoemd wordt, die kent iedereen.  Het zijn die planten uit de oertijd (heel lang geleden groeiden er blijkbaar een soort verwante aan heermoes als boom) die je nooit meer wegkrijgt.
Heermoes is inderdaad bewonderenswaardig krachtig.  Je ziet de plant vaak als eerste opduiken op plaatsen waar stevig met gif gesproeid is.  In de natuur zie je praktisch nooit kale grond: de naakte aarde moet beschermd worden tegen erosie en verwoestijning, en dus is het aan de krachtigste en sterkste planten om daar als eerste voor pionier te spelen.
In mijn tuin wil ik geen gif gebruiken.  Daarom probeer ik de heermoes niet uit te roeien, maar zoek ik er een nuttige besteding voor.  En het toeval wil nu dat heermoes uitermate geschikt is als mulchmateriaal.  Ik pluk boeketjes heermoes die ik daarna verspreid rond de plantjes die ik wil behouden.  De paardenstaarten verdrogen en verschrompelen langzaam, terwijl ze de aarde eronder rul en vochtig houden.
Verder moet ik die andere gekende toepassing van heermoes, als schuursponsjes voor pannen, nog steeds eens uitproberen.  Ik gebruikte de gedroogde en verpulverde paardenstaarten al als tandpoeder: het bevat veel kiezelzuur, en zou goed voor de tanden zijn.  Tot slot wil ik er ook nog eens een theetje van trekken, bijvoorbeeld na het nuttigen van de zevenbladlasagne!

Zevenbladlasagne Recept:
-twee vergieten vol zevenblad, liefst zonder steeltjes
-1 blik tomaten of verse tomaten
-1 doosje sojaroom
-2 uien, gesnipperd
-look naar believen, geperst
-optioneel: worteltjes (ik gebruikte een restje gestoofde wortels van de dag voordien)
-kruiden naar believen zoals oregano
-paneermeel of gistvlokken
 Voor de pasta:
-gekochte lasagnevellen of zelfgemaakte: voor 2 personen
-200 g bloem
-snuf zout
-water
-olijfolie
1.Kneed de bloem met het zout en wat water tot je een soepel deeg hebt.
2.Zet een half uur weg
3.Verdeel in kleine porties en rol uit tot lasagnevelletjes of draai door een pastamachientje
4.Breng een pot water aan de kook, voeg olijfolie toe.  Vul een tweede pot met koud water.
5.Kook de velletjes afzonderlijk tot ze bovendrijven, koel daarna af in het koude water en laat dan uitlekken.
De lasagne zelf:
1.was het zevenblad en hak het in kleine stukjes
2.Stoof de ui met de look in olijfolie, kruid naar smaak.
3.Voeg de tomaten met de eventuele worteltjes toe en een kopje water, laat sudderen tot het wat dikker geworden is.
4.Kook ondertussen het zevenblad kort in een grote pot, en laat uitlekken.
5.Stoof ondertussen de ui in wat olie.  Voeg dan het zevenblad en eventueel een weinig kookvocht toe, stoof eventjes, en roer dan de sojaroom erdoorheen.
6.Vet een ovenschaal in met olijfolie.  Verwarm de oven voor op 200 graden.
7.Begin met een dunne laag tomatensaus, leg daarop een reeks pastavellen.  Daarop komt de zevenbladroomsaus, dan opnieuw pasta, enzovoort.  Eindig met een laagje tomatensaus waarop je wat paneermeel of gistvlokken (eventueel gemengd met kruiden en zout) strooit.
8.Zet de schaal in de oven, verlaag de temperatuur tot 180 graden, en laat 35 minuutjes bakken.
9.Weg zevenblad!
Wil je weten hoe je je eigen lasagnevellen kan drogen en bewaren, klik dan hier:
http://dezelfvoorzieningsbijbel.blogspot.be/2013/03/zelf-lasagnevellen-maken-en-drogen_4003.html  


zaterdag 28 april 2012

Zelf paardebloemkappertjes maken

Paardebloemkappertjes

Geel is voor mij de kleur van de lente, en ik ben dan ook blij met de massa's paardebloemen die nu vrolijk bloeien op onze oprit.  Aan de andere kant probeer ik ze ook een beetje in toom te houden, omdat ik anders erg veel wiedwerk heb...
De blaadjes van de paardebloem zijn heel gezond, maar ik ben een zoetekauw en vind ze te bitter smaken.  Toch heb ik een receptje ontdekt waardoor ik met veel smaak paardebloemen kan eten.  Het recept is gebaseerd op een recept van Laurette Van Slobbe in haar boek "eten en drinken met wilde planten" - overigens een heel interessant boek...  Twee vliegen in een klap: ik maak iets ergs lekkers en gezonds en doe tegelijk aan onkruidbeperking!
Receptje voor de kappertjes:

Nodig:
-paardebloemknopjes
-kruiden
-zout
-appelazijn
-glazen potjes

1.Pluk zoveel paardebloemknopjes als je kan.  De lekkerste kappertjes maak je van de kleinste knopjes die nog midden in de plant zitten.  De knopjes die bijna openbarsten geven dan weer een net iets bitterdere smaak.
2.Was de knopjes en laat ze uitlekken.
3.Bestrooi ze met zout naar smaak.  Laat ze nu een dagje staan in een kom met het zout.
4.Giet de knopjes in een pan en zet ze onder water.
5.Breng het water aan de kook, zodra het kookt haal je de pan van het vuur en giet je alles af.
6.Ondertussen heb je enkele glazen potjes met kokend water gesteriliseerd.
7.Deze potjes vul je nu voor drie vierde met de knopjes en met een mengeling van die kruiden die je lekker vindt.  Ik gebruikte mosterdzaadjes, gedroogde looksnippers, dragon, laurier, zwarte en witte peperbolletjes, bonekruid, rozemarijn en koriander.
8.Giet nu biologische appelazijn van een goed merk (ik gebruik Demeter) over de knopjes, tot je net onder de rand zit.
9.Sluit af en zet drie maanden weg in de kast.  Daarna: smullen maar!  Op pizza's, in slaatjes, bij pasta, in de stamppot, ....Ik maakte een soort martino-achtig vegan broodbeleg en gebruikte daarbij deze kappertjes.  Het recept vind je hier: http://dezelfvoorzieningsbijbel.blogspot.be/2013/04/broodbeleg-van-de-maand-vegan-martino.html